Gezalfd met olie van vreugde

Homilie van Paus Franciscus tijdens de Chrismamis

vrijdag, 25 april 2014

“Met olie van de vreugde gezalfd om met olie van de vreugde te zalven” was het onderwerp van de homilie van paus Franciscus tijdens de Chrismamis op Witte Donderdag 17 april 2014.

Chrismamis 17 april 2014De paus benadrukte de onmetelijkheid van de gave van het priesterschap waarvan de Kerk op Witte Donderdag de instelling viert: “Ik geloof dat wij niet overdrijven als wij zeggen dat de priester een heel kleine persoon is: de onmetelijke grootheid van de gave die ons door het ambt gedaan werd, verbant ons onder de kleinste mensen. De priester is de armste mens indien Jezus hem niet zou verrijken met Zijn armoede, de meest nutteloze dienaar indien Jezus hem niet “vriend” zou noemen, de meest dwaze onder de mensen indien Jezus hem niet met geduld zou onderrichten zoals Petrus, de meeste weerloze christen indien de Goede Herder hem niet zou sterken te midden van zijn kudde”.

Hij wees op drie kenmerken van deze vreugde: zij “zalft de priester tot in het diepste van hemzelf”, zij is “onvergankelijk” en “missionair”.

De paus belichtte de band tussen deze vreugde en de drie evangelische raden als “drie zussen” die haar “beschermen en verdedigen”: “De priesterlijke vreugde is een vreugde die armoede (…), trouw en gehoorzaamheid tot zuster heeft”.

In verband met de armoede sprak de paus over het “naar buiten gaan” dat zij veronderstelt:

“Treed uit uzelf, ga op zoek naar God in de aanbidding, ga naar buiten en geef aan uw volk wat u toevertrouwd werd, en uw volk zal ervoor zorgen dat ge voelt en smaakt wie ge bent, hoe ge heet, wat uw identiteit is en zal u honderdvoudig laten genieten van wat de Heer Zijn dienaars beloofd heeft”.

De paus bad om de vreugde van het priesterschap voor de jongeren die geroepen zijn, voor pas gewijde priesters, priesters met ervaring en bejaarde priesters.

Dierbare broeders in het priesterschap!

Op deze Witte Donderdag waarop Christus ons tot het uiterste heeft liefgehad (cf Joh. 13,1), gedenken wij de gelukzalige dag van de instelling van het priesterschap en van ons priesterambt. De Heer heeft ons in Christus gezalfd met olie van de vreugde en deze zalving nodigt ons uit deze grote gave te ontvangen en uit te dragen: vreugde, priesterlijke vreugde. De vreugde van een priester is kostbaar, niet alleen voor hem maar ook voor heel het gelovige Godsvolk: dit gelovige volk in wiens midden de priester geroepen is een gezalfde te zijn en tot wie het gezonden wordt om te zalven.

Chrismamis 17 april 2014Met olie van de vreugde gezalfd om met olie van de vreugde te zalven. Priesterlijke vreugde heeft haar oorsprong in de liefde van de Vader en de Heer verlangt dat de vreugde van deze liefde “in ons” en “volkomen zou zijn” (cf Joh. 15,11). Ik denk graag aan de vreugde wanneer ik de Maagd Maria beschouw: Maria, “Moeder van het levende Evangelie is voor de kleinen bron van vreugde” (Exhort. Ap. Evangelii gaudium, nr. 288) en ik geloof dat wij niet overdrijven als wij zeggen dat de priester een heel kleine persoon is: de onmetelijke grootheid van de gave die ons door het ambt gedaan werd, verbant ons onder de kleinste mensen. De priester is de armste mens indien Jezus hem niet zou verrijken met Zijn armoede, de meest nutteloze dienaar indien Jezus hem niet “vriend” zou noemen, de meest dwaze onder de mensen indien Jezus hem niet met geduld zou onderrichten zoals Petrus, de meeste weerloze christen indien de Goede Herder hem niet zou sterken te midden van zijn kudde. Niemand is kleiner dan een priester die aan zijn eigen kracht is overgelaten; ons gebed tot bescherming tegen iedere list van de duivel, is dus het gebed van onze Moeder: ik ben priester omdat Hij goedgunstig op mijn kleinheid heeft neergezien (cf Lc. 1,48). Uitgaande van die kleinheid, ontvangen wij onze vreugde.

Ik vind drie belangrijke kenmerken in onze priesterlijke vreugde: het is een vreugde die ons zalft (niet dat zij ons zalverig, imponerend en zelfingenomen maakt), een onvergankelijke en een missionaire vreugde die over ons straalt en iedereen aantrekt, te beginnen met degenen die het meest veraf staan.

Een vreugde die ons zalft. Dat wil zeggen: zij dringt door tot het binnenste van ons hart, zij heeft het sacramenteel gelijkvormig gemaakt en gesterkt. De riten van de liturgie van de priesterwijding spreken ons over het moederlijk verlangen van de Kerk om al wat de Heer ons gegeven heeft door te geven en mee te delen: de handoplegging, de zalving met het heilig chrisma, de kleding met de heilige gewaden, de rechtstreekse deelname aan de eerste consecratie … De genade vervult ons en verspreidt zich integer, overvloedig en ten volle in elke priester. Gezalfd tot op het bot … en onze vreugde die van binnenuit komt, is van deze zalving de echo.

Een onvergankelijke vreugde. De integriteit van de gave, waarvan niemand iets kan afdoen noch aan toevoegen, is een onophoudelijke bron van vreugde: een onvergankelijke vreugde, die de Heer beloofd heeft  en die niemand ons kan ontnemen (cf Joh. 16,22). Zij kan door de zonde of de beslommeringen van het leven ingeslapen of verstikt zijn, maar in de grond blijft zij ongeschonden en is zij zoals houtskool van een verbrande tak onder de as, dat altijd opnieuw kan ontvlamd worden. De aanbeveling van Paulus aan Timoteüs blijft immer actueel: ik nodig u uit het vuur aan te wakkeren van Gods gave die door de oplegging van mijn handen in u is (cf 2 Tim. 1,6).

Een missionaire vreugde. Dit derde kenmerk wil ik bijzonder delen en benadrukken: priesterlijke vreugde staat in nauwe relatie met Gods heilig volk van getrouwen omdat het gaat om een uitgesproken missionaire vreugde. De zalving van de priester beoogt de zalving van Gods heilig volk van getrouwen: om te dopen en te vormen, om zorg te dragen en te wijden, om te zegenen, te troosten en te evangeliseren. En omdat het een vreugde is die alleen vloeit wanneer de herder te midden van zijn kudde blijft (zelfs in de stilte van het gebed, is de herder die de Vader aanbidt te midden van zijn schapen), is het ook een vreugde die door deze kudde behoed wordt. Zelfs in ogenblikken van droefheid, waar alles lijkt te verduisteren en de vrees voor isolement ons bekoort, in deze momenten van apathie en verveling die wij in het priesterleven soms kennen (en waar ook ik ben door gegaan), zelfs in deze ogenblikken is het volk van God in staat uw vreugde te behoeden, is het in staat u te beschermen, te omarmen, u te helpen uw hart open te stellen en een vernieuwde vreugde te vinden. De vreugde die door de kudde behoed wordt, wordt ook behoed door de drie zussen die ze omringen, beschermen, verdedigen: zuster armoede, zuster trouw en zuster gehoorzaamheid.

Chrismamis 17 april 2014Priesterlijke vreugde is een vreugde die de armoede tot zuster heeft. De priester is arm aan louter menselijke vreugde: hij heeft van veel afstand gedaan! En omdat hij arm is, hij die zoveel aan de anderen geeft, moet hij zijn vreugde aan de Heer vragen en aan het volk van Gods getrouwen. Hij moet ze zichzelf niet geven. Wij weten dat ons volk heel edelmoedig is in zijn dankbaarheid tegenover priesters voor de kleinste gebaren van zegening en bijzonder voor de sacramenten. Velen die over de crisis in de identiteit van de priester spreken, houden er geen rekening mee dat identiteit veronderstelt dat men erbij hoort. Er is geen identiteit – en dus geen levensvreugde – zonder een actief en geëngageerd toebehoren tot het volk van Gods getrouwen (cf. Exhort. Ap.  Evangelii gaudium, nr. 268). De priester die beweert zijn identiteit als priester te vinden door ze introspectief in zijn eigen innerlijkheid te zoeken, vindt misschien niets anders dan borden met “uitgang”: treed uit uzelf, ga naar buiten op zoek naar God in de aanbidding, ga naar buiten en geef aan uw volk wat u toevertrouwd werd, en uw volk zal ervoor zorgen dat ge voelt en smaakt wie ge bent, hoe ge heet, wat uw identiteit is en het zal u honderdvoudig laten genieten van wat de Heer aan Zijn dienaars beloofd heeft. Als ge niet uit uzelf treedt, wordt de olie ranzig en kan de zalving niet vruchtbaar zijn. Uit uzelf treden vraagt dat men zich ontledigt, vraagt armoede.

De priesterlijke vreugde is een vreugde die  trouw tot zuster heeft. Niet zozeer in de zin dat wij allemaal “onbevlekt” zouden zijn (mochten wij het zijn met Gods genade zijn), omdat wij zondaars zijn, doch eerder in de zin van een altijd nieuwe trouw aan de enige Bruid, de Kerk. Daar ligt de sleutel van de vruchtbaarheid. Geestelijke kinderen die de Heer aan elke priester geeft, zij die hij gedoopt heeft, de gezinnen die hij gezegend en op weg geholpen heeft, de zieken die hij bemoedigt, de jongeren met wie hij catechese en vorming deelt, de armen die hij te hulp komt … zijn deze “Bruid” en het is zijn geluk hen als zijn bevoorrechte en enige geliefde te behandelen en op een steeds nieuwe manier trouw te zijn. Het is de levende Kerk, met naam en voornaam, voor wie de priester in zijn parochie of missie die hem toevertrouwd werd, zorg draagt; zij is het die hem vreugde bereidt wanneer hij trouw is, wanneer hij alles doet wat hij moet doen en alles achterwege laat wat hij moet laten om te midden van de schapen te blijven die de Heer hem heeft toevertrouwd: “wijd mijn schapen” (Joh. 21,16.17).

Priesterlijke vreugde is een vreugde die gehoorzaamheid tot zuster heeft. Gehoorzaamheid aan de hiërarchie van de Kerk die ons bij wijze van spreken niet alleen het externe milieu voor de gehoorzaamheid biedt: de parochie naar waar ik gezonden ben, de bevoegdheden van het ambt, een bepaalde opdracht … maar ook de eenheid met God de Vader, van wie alle vaderschap komt. En er is ook gehoorzaamheid aan de Kerk in de dienstbaarheid: de beschikbaarheid en spoed om iedereen van dienst te zijn, altijd en op de beste manier, naar het beeld van “Onze-Lieve-Vrouw van Spoed” (cf Luc. 1,39: meta spoudes), die haar nicht te hulp snelt en aandacht heeft voor de keuken in Kana waar wijn ontbreekt. De beschikbaarheid van de priester maakt de Kerk tot het Huis met de open deuren, toevlucht voor zondaars, een thuis voor wie op straat leven, een verzorgingstehuis voor zieken, kampeerplaats voor jongeren, catecheselokaal voor eerste communiekanten … Waar het Godsvolk een verlangen of behoefte heeft, staat zich de priester die kan luisteren (ob-audire) en die een liefdevolle opdracht hoort van Christus die hem met barmhartigheid op weg stuurt om aan deze nood te hulp te komen of deze goede verlangens met creatieve naastenliefde te beantwoorden. Wie geroepen is, weet dat in deze wereld een eenvoudige en volle vreugde bestaat: door het volk dat men liefheeft, gezien te worden als degene die de gaven en vertroosting uitdeelt van Jezus, de enige Goede Herder die vervuld van diep medelijden voor alle kleinen en uitgestotenen van deze aarde, uitgeput en verdrukt als schapen zonder herder, velen met Zijn ambt heeft willen associëren om Zelf in de persoon van Zijn priesters te blijven en op te treden tot welzijn van Zijn volk.

Op deze priesterlijke donderdag vraag ik de Heer Jezus dat Hij vele jongeren deze vurigheid van hart zou laten ontdekken, die vreugde doet opwellen van zodra men de zalige stoutmoedigheid heeft Zijn roep met spoed te beantwoorden.

Chrismamis 17 april 2014Op deze priesterlijke donderdag vraag ik de Heer Jezus dat Hij de blije schittering zou bewaren in de ogen van de pas gewijden, die uitgaan om door de wereld “opgegeten te worden”, om langzaam opgebruikt te worden te midden van het volk van Gods getrouwen, dat zij zich verheugen wanneer zij de eerste homilie voorbereiden, de eerste H. Mis, het eerste doopsel, de eerste biecht … het is de vreugde om als gewijden – met verrukking – voor het eerst de schat van het Evangelie te mogen delen en te voelen dat het gelovige volk naar u terugkomt om op een andere manier gezalfd te worden: met hun vragen, met gebogen hoofd om gezegend te worden, u de hand drukkend, als zij met hun kinderen komen, u vragen voor hun zieken … Heer, bewaar in uw jonge priesters de vreugde van het begin, de vreugde om alle dingen te doen alsof ze nieuw zijn, de vreugde hun leven voor u op te gebruiken.

Op deze priesterlijke donderdag vraag ik de Heer Jezus de priesterlijke vreugde te bevestigen van hen die vele jaren in het ambt staan. Deze vreugde die op de schouders rust van al wie de last van het ambt dragen en die niet uit hun ogen verdwijnt, de priesters die de last van het werk reeds kennen, die telkens al hun krachten verzamelen en zich opladen: “van lucht veranderen” zoals sportmannen zeggen. Heer, bewaar de diepte en wijze rijpheid van de vreugde van volwassen priesters. Dat zij zoals Nehemia kunnen bidden: de vreugde van de Heer is onze kracht (cf Neh. 8,10).

Tenslotte vraag ik de Heer Jezus op deze priesterlijke donderdag dat de vreugde zou afstralen van de bejaarde priesters, of zij nu gezond zijn of ziek. Het is de vreugde van het kruis, die voortkomt uit het besef een onvergankelijke schat te dragen in een aarden kruik die afbrokkelt. Mogen zij goed zijn waar zij zich ook bevinden, dat zij in de vluchtigheid van de tijd de eeuwigheid zouden onderscheiden (cf Guardini). Dat zij de vreugde zouden voelen van het doorgeven van de fakkel, de vreugde de kinderen van de kinderen te zien opgroeien en met een glimlach en zachtheid de beloften te verwelkomen met die hoop die niet ontgoochelt.

 

(Nederlandse vertaling: Maranatha-gemeenschap)

Video



Videogetuigenissen

Getuigenis van paus Franciscus
Getuigenissen van paus Franciscus
en vele anderen

Rondgang

Neem een kijkje in het Sint-Janscentrum
Neem een kijkje in het Sint-Janscentrum

Relikwie paus
Johannes Paulus II

Relikwie van paus Johannes Paulus II
Het Sint-Janscentrum mag zich
verblijden in een bijzondere band
met paus Johannes Paulus II.

Academische samenwerking

Pauselijke Universiteit Johannes Paulus II
Het Sint-Janscentrum is een academische samenwerking aangegaan met de Pauselijke Universiteit Johannes Paulus II te Krakau.




link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook