Over de zaaiers en het geduld

Angelustoespraak van paus Franciscus op 20 juli 2014

dinsdag, 22 juli 2014

Ten overstaan van het kwaad dat de Boze in de wereld zaait, oefent God geduld en Hij kan onkruid zelfs omvormen tot goed graan, legt paus Franciscus uit: het kwaad heeft “noch het eerste noch het laatste woord”!

De paus gaf commentaar bij de parabel van het goede graan en het onkruid. “De houding van de eigenaar is er een van hoop, gefundeerd op de zekerheid dat het kwaad noch het eerste noch het laatste woord heeft. En het is dank zij deze geduldige hoop van God dat het onkruid zelf, dat wil zeggen een slecht hart met zo veel zonde, uiteindelijk goed graan kan worden.”

Dierbare broeders en zusters, goeie dag

Deze zondagen biedt de liturgie ons parabels uit het Evangelie, dat wil zeggen korte verhalen die Jezus gebruikte om het Rijk der hemelen aan de menigte te verkondigen. Onder hen de parabels uit het Evangelie van vandaag, waarvan één eerder complex is en die Jezus aan Zijn leerlingen uitlegt: die van het goede graan en het onkruid, die handelt over het probleem van het kwaad in de wereld en die Gods geduld in de verf zet (cf Mt. 13,24-30.36-43).

De zaaierDe scène speelt zich af op een veld waarop de eigenaar zaad zaait; doch op een nacht komt de vijand en zaait onkruid, een term die in het Hebreeuws van dezelfde wortel afstamt als het woord “satan” en die herinnert aan het begrip verdeeldheid. Wij weten allemaal dat de duivel onkruid zaait, met andere woorden iemand die altijd probeert mensen, gezinnen, naties en volken te verdelen.

Zijn dienaars zouden het onkruid onmiddellijk willen uittrekken, maar de eigenaar belet het hen en legt uit: “ik ben bang dat ge, wanneer ge het onkruid bijeengaart, de tarwe mee uittrekt” (Mt. 13,29). Want we weten allemaal dat wanneer onkruid groeit, het sterk op goed graan gelijkt en men beide riskeert te verwarren.

Het onderricht van de parabel is tweevoudig. Hij zegt vooral dat het kwaad in de wereld niet van God komt maar van Zijn vijand, de Boze. Het is eigenaardig, de Boze gaat het onkruid ’s nachts zaaien, in het donker, wanneer alles onduidelijk is; hij gaat waar geen licht is, om onkruid te zaaien. Deze vijand is sluw: hij zaait het kwaad te midden van het goede, zodat het voor ons, mensen, onmogelijk is ze goed van elkaar te scheiden; maar God zal dit op het einde wel kunnen.

Zo komen we bij het tweede thema: de tegen­stelling tussen het ongeduld van de dienaars en het geduldig wachten van de eigenaar, die God voorstelt. Soms zijn wij snel om te oordelen, te rang­schikken, de goeden hier en de slechten daar ... Maar herinner u het gebed van die hoogmoedige man: “o mijn God, ik dank U omdat ik een goed mens ben, ik ben niet zoals de anderen, de slechten ...” (cf Lc. 18,11-12).

God daarentegen, kan wachten. Hij kijkt toe, naar het “veld” van ieders leven, geduldig en barmhartig: Hij ziet veel beter dan wij het vuil en het kwaad, maar ook de kiemen van het goede en Hij wacht met vertrouwen tot zij rijp worden.

God is geduldig, Hij kan wachten. Hoe mooi is dat! Onze God is een geduldige vader die altijd op ons wacht en Hij heeft het hart op de tong om ons op te nemen, te vergeven. Hij vergeeft ons altijd als wij tot Hem gaan.

De houding van de eigenaar is die van de hoop, gefundeerd op de zekerheid dat het kwaad noch het eerste noch het laatste woord heeft. En dank zij deze geduldige hoop van God kan het onkruid, dat wil zeggen het slechte hart, met zo veel zonde, tenslotte goed graan worden.
Doch, opgelet! Het geduld van het Evangelie is geen onverschil­lig­heid tegenover het kwaad; goed en kwaad mogen niet met elkaar verward worden!

Tegenover het onkruid in de wereld, is de leerling van de Heer geroepen het geduld van God na te volgen, hoop te hebben met de steun van een onwankelbaar vertrouwen in de uiteindelijke overwinning door het goede, dat wil zeggen door God.

Op het einde zal het kwaad weggenomen en verwijderd worden: op het ogenblik van de oogst, namelijk van het oordeel zullen de maaiers het bevel van de eigenaar uitvoeren en het onkruid scheiden om het te verbranden (cf Mt. 13,30).

Op die dag van de uiteinde­lijke oogst, zal Jezus de rechter zijn, Hij die in de wereld het goede graan gezaaid heeft en die zelf “graankorrel” geworden is, gestorven en verrezen. Op het einde zullen wij allen geoordeeld worden volgens de maat waarmee wij geoordeeld hebben: de barm­hartig­heid die wij voor de anderen gebruikt hebben, zal ook voor ons gebruikt worden.

Vragen wij aan de Maagd Maria, onze Moeder, ons te helpen groeien in geduld, hoop en barm­hartig­heid voor al onze broeders.

 

(Vert. Maranatha-gemeenschap)



Videogetuigenissen

Getuigenis van paus Franciscus
Getuigenissen van paus Franciscus
en vele anderen

Rondgang

Neem een kijkje in het Sint-Janscentrum
Neem een kijkje in het Sint-Janscentrum

Relikwie paus
Johannes Paulus II

Relikwie van paus Johannes Paulus II
Het Sint-Janscentrum mag zich
verblijden in een bijzondere band
met paus Johannes Paulus II.

Academische samenwerking

Pauselijke Universiteit Johannes Paulus II
Het Sint-Janscentrum is een academische samenwerking aangegaan met de Pauselijke Universiteit Johannes Paulus II te Krakau.




link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook