De verborgen kracht van journalist James Foley

donderdag, 21 augustus 2014

Met afschuw en ongeloof wordt in de hele wereld gereageerd op de vreselijke dood van James Foley (geboren 18 oktober 1973), de Amerikaanse journalist die op 22 november 2012 in Syrië gekidnapt werd en op 19 augustus 2014 werd onthoofd door ISIS.

Fotojournalist James FoleyFoley studeerde aan de Marquette University in Milwaukee, Wisconsin (afstudeer­richting: Arts, 1996). Enkele jaren geleden publiceerde het tijdschrift van de universiteit een brief, waarin Foley getuigt van zijn dankbaarheid ten opzichte van deze Jezuïetenuniversiteit.

Op een aangrijpende manier vertelt Foley ook hoe hij kracht putte uit zijn katholieke geloof en uit het gebed, toen hij in 2011 gedurende 44 dagen gevangen zat in Lybië. Foley noemt het gebed als de krachtbron van zijn innerlijke vrijheid.

Hieronder vindt u de Nederlandse vertaling van de originele tekst.

We bidden dat God James Foley moge opnemen in het hemelse Vaderhuis. Aan zijn familie en bekenden bieden we onze christelijke deelneming aan.

Telefoongesprek met thuis

Met twee collega’s was ik gevangen genomen. We werden vast­gehouden in een militaire gevangenis in Tripoli. Elke dag werden we meer bevreesd dat onze moeders in paniek zouden raken. Mijn collega, Clare, zou haar moeder moeten bellen op haar verjaardag, juist de dag nadat we gevangen waren genomen. Ik had nog steeds niet ten volle aan mezelf willen toegeven dat mijn moeder op de hoogte zou zijn van wat er gebeurd was. Ik bleef echter aan Clare vertellen dat mijn moeder een sterk geloof had.

Ik bad dat ze zou weten dat ik OK was. Ik bad dat ik door één of andere omvattende verbondenheid van het universum met haar zou kunnen communiceren.

Ik begon de rozenkrans te bidden. Het was wat mijn moeder en grootmoeder zouden hebben gebeden. Ik zei 10 Weesgegroetjes en daartussen telkens het Onze Vader. Het duurde een lange tijd, bijna een uur lang om die 100 Weesgegroetjes af te tellen op mijn knokkels. Het hielp om mijn geest gefocust te houden.

Clare en ik baden samen hardop. Het gaf ons kracht om gezamenlijk onze zwakheden en hoop te kunnen uitspreken, als in een gesprek met God, in plaats van in stilte en ieder voor zich alleen.

Later werden we meegenomen naar een andere gevangenis, waar het regime honderden politieke gevangenen geplaatst had. Ik werd snel verwelkomd door de andere gevangenen en ik werd er goed behandeld.

Op een nacht, de achttiende van onze gevangenschap, haalden enkele bewakers me uit de cel. In de hal zag ik Manu, een andere collega, voor de eerste keer in een week. We zagen er verwilderd uit, maar we waren dolblij om elkaar te zien. Boven in het kantoor van de gevangenisdirecteur bevond zich een voornaam uitziende man, gekleed in een pak, die ons zei: "We menen dat u misschien uw familie wilt opbellen".

Ik zei een kort gebed en draaide het nummer. Mijn moeder nam de telefoon op. "Mam, mam, ik ben het, Jim".

“Jimmy, waar ben je?”

“Ik ben nog steeds in Libië, mam. Dit alles spijt me. Het spijt me heel erg.”

“Wees niet droevig, Jim”, smeekte ze. “Oh, vader is net weggegaan. Oh … Hij verlangt er zo naar om met je te praten. Hoe gaat het met je, Jim?” Ik vertelde haar dat ik eten kreeg, dat ik het beste bed had en dat ik werd behandeld als een gast.

“Moet je deze dingen van hen zeggen, Jim?”

“Nee, de Libiërs zijn mooie mensen”, zei ik tegen haar. “Ik heb gebeden dat u zoudt weten dat ik OK ben”, zei ik. “Heb je niet gevoeld dat ik gebeden heb?”

“Oh, Jimmy, zo vele mensen bidden voor je. Al je vrienden, Donnie, Michael Joyce, Dan Hanrahan, Suree, Tom Durkin, Sarah Fang hebben gebeld. Je broer Michael houdt zoveel van je.” Ze begon te huilen. “De Turkse ambassade probeert met je in contact te komen, en Human Rights Watch ook. Heb je hen gezien?” Ik antwoordde dat ik dat niet had.

“Ze houden een gebedswake voor je bij Marquette University. Voelt je onze gebeden niet?”, vroeg ze.

“Dat doe ik, mam, ik voel het” - ik dacht hier een ogenblik over na. Misschien waren het juist de gebeden van anderen die me kracht gaven en me overeind hielden.

De ambtenaar maakte een gebaar. Ik begon afscheid te nemen. Moeder begon te huilen. “Mam, ik ben sterk. Ik ben OK. Wanneer Katie afstudeert, ben ik weer thuis”; dat was een maand later.

“We houden van je, Jim!”, zei ze. Daarna hing ik op.

Honderden keren heb ik dat telefoongesprek herhaald in mijn hoofd - de stem van mijn moeder, de namen van mijn vrienden, haar besef van onze situatie, haar absolute geloof in de kracht van het gebed. Ze vertelde me dat mijn vrienden waren samengekomen om alles te doen wat ze konden om mij te helpen. Ik wist dat ik er niet alleen voor stond.

Mijn laatste nacht in Tripoli. Voor het eerst in 44 dagen had ik internetverbinding en zo was ik in staat om de toespraak te beluisteren die Tom Durkin voor mij gaf tijdens de wake in Marquette University. Tegenover een kerk vol met vrienden, alumni, priesters, studenten en docenten, zag ik de beste speech die een broer kon geven voor een ander. Het was een soort van gelegenheidstoespraak en lofrede in één. Er bleek een enorme hartelijkheid uit, en ik ving er een glimp door op van alle inspanningen en gebeden die mensen zich getroosten. Als geen ander was het gebed de lijm die mijn vrijheid mogelijk maakte, in de eerste plaats mijn innerlijke vrijheid, en vervolgens ook het wonder van mijn vrijlating tijdens die oorlog, waarin het regime had geen echte reden had om ons vrij te laten. Er was geen reden toe; het geloof had het bewerkt.

Orginele artikel

© Copyright 2014 Marquette Magazine. All rights reserved.
Vertaling met vriendelijke toestemming van de uitgever.

Paus belt ouders James Foley

Vrijdag 22 augustus werd door het persagentschap van de Heilige Stoel bekendgemaakt dat paus Franciscus de ouders van fotojournalist James Foley, Diane en John Foley, heeft gebeld om ze te condoleren en te troosten bij deze verschrikkelijke gebeurtenis en dit grote verlies.



Videogetuigenissen

Getuigenis van paus Franciscus
Getuigenissen van paus Franciscus
en vele anderen

Rondgang

Neem een kijkje in het Sint-Janscentrum
Neem een kijkje in het Sint-Janscentrum

Relikwie paus
Johannes Paulus II

Relikwie van paus Johannes Paulus II
Het Sint-Janscentrum mag zich
verblijden in een bijzondere band
met paus Johannes Paulus II.

Academische samenwerking

Pauselijke Universiteit Johannes Paulus II
Het Sint-Janscentrum is een academische samenwerking aangegaan met de Pauselijke Universiteit Johannes Paulus II te Krakau.




link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook