Boodschap paus Franciscus - 52e Gebedsdag voor Roepingen

“Exodus, fundamentele ervaring van de roeping”

donderdag, 16 april 2015

“De exodus, fundamentele ervaring van de roeping”: dat is het onderwerp van de Boodschap van paus Franciscus voor de 52e Gebedsdag voor Roepingen, die op 26 april 2015 gehouden wordt, de vierde zondag van Pasen.

“Aan de oorsprong van elke christelijke roeping, is er deze fundamentele beweging van de geloofservaring: geloven wil zeggen, zichzelf loslaten, het comfort en de onbuigzaamheid van het ik loslaten om ons leven op Jezus Christus te centreren; zoals Abraham, zijn eigen grond verlaten en zich met vertrouwen op weg begeven”, legt de paus uit in zijn boodschap, die op 14 april gepubliceerd werd.

“Dierbare jongeren, wees niet bang uzelf los te laten en u op weg te begeven! Het Evangelie is het woord dat bevrijdt, transformeert en uw leven mooier maakt ... Uw leven zal elke dag rijker en blijer worden!”, luidt zijn oproep.

Dierbare broeders en zusters,

De vierde zondag van Pasen geeft ons het beeld van de Goede Herder die Zijn schapen kent, hen roept, voedt en leidt. Op deze zondag is het reeds meer dan 50 jaar, Wereldgebedsdag voor Roepingen. Hij herinnert ons telkens aan het belang van het gebed opdat, zoals Jezus tot Zijn leerlingen zegt, “de heer van de oogst arbeiders stuurt om te oogsten” (cf Lc. 10,2). Jezus spreekt over dit bevel in de context van een missionaire zending: naast de twaalf apostelen heeft Hij tweeënzeventig andere leerlingen geroepen en zendt hen twee aan twee uit (cf Lc. 10,1-16). Inderdaad, als de Kerk “van nature missionair is” (Œcum. Conc. Vat. II, Decreet Ad gentes, n. 2), kan een christelijke roeping slechts ontstaan binnen een ervaring van zending. De stem van Christus, de Goede Herder, horen en volgen, door Hem aangetrokken en geleid, zijn leven aan Hem wijdend, is toelaten dat de Heilige Geest ons met deze missionaire dynamiek vertrouwd maakt, door in ons het verlangen en de blije moed op te wekken ons leven te offeren en te wijden aan de zaak van het Rijk Gods.

Roepingenzondag 26 april 2015Het offer van zijn leven in deze missionaire houding, is alleen mogelijk als wij uit onszelf kunnen treden. Op deze 52e Wereldgebedsdag voor Roepingen, zou ik dus willen nadenken over deze bijzondere exodus die de roeping is, of beter, over ons antwoord op de roeping die God ons geeft. Wanneer wij het woord “exodus” horen, gaat onze gedachte onmiddellijk naar het begin van de wonderbare liefdesgeschiedenis tussen God en het volk van Zijn kinderen, een geschiedenis die langs de  dramatische dagen van de slavernij in Egypte gaat, de roeping van Mozes en de bevrijding en de weg naar het Beloofde Land. Het boek Exodus – het tweede boek van de Bijbel – dat deze geschiedenis verhaalt, is een parabel van heel de heilsgeschiedenis en ook van de fundamentele dynamiek van het christelijk geloof. Inderdaad, de overgang van de slavernij van de oude mens naar het nieuwe leven in Christus is het verlossingswerk dat door het geloof tot ons komt (Ef. 4,22-24). Deze overgang is een ware en bijzondere exodus, de weg van de christelijke ziel en van heel de Kerk, de beslissende oriëntatie van het leven op de Vader.

Aan de oorsprong van elke christelijke roeping, is er deze fundamentele beweging van de geloofservaring: geloven wil zeggen zichzelf loslaten, het comfort en de onbuigzaamheid van het ik loslaten om ons leven op Jezus Christus te centreren; zoals Abraham, zijn eigen grond verlaten en zich met vertrouwen op weg begeven, weten dat God de weg zal aanwijzen naar het nieuwe land. Deze “uittocht” moet niet begrepen worden als een misprijzen van zijn eigen leven, van zijn gevoeligheid, van zijn mensheid ; in tegendeel, wie zich op weg begeeft in navolging van Christus, vindt het leven in overvloed, door zichzelf geheel ter beschikking te stellen van God en Zijn Koninkrijk. Jezus zegt: “Ieder die zijn huis, broers of zusters, vader of moeder, vrouw, kinderen of akkers heeft prijsgegeven om mijn Naam, zal het honderdvoudig terugkrijgen en eeuwig leven ontvangen” (Mt. 19,29).

Dat alles heeft zijn diepe oorsprong in de liefde. De christelijke roeping is namelijk vooral een oproep tot liefde die aantrekt en doorstuurt boven zichzelf uit, die de persoon decentreert langs “een voortdurende weg uit het in zichzelf opgesloten ‘ik’ naar het loslaten van het ‘ik’, naar overgave en juist zo naar het vinden van zichzelf, ja,naar het vinden van God” (Benedictus XVI, Enc. Deus caritas est, n.6).

De ervaring van de uittocht is een paradigma van het christenleven, in het bijzonder van het leven dat een roeping is van bijzondere toewijding ten dienste van het Evangelie. Ze bestaat in een steeds nieuwe houding van bekering en transformatie, in het feit steeds op weg te zijn, over te gaan van dood naar leven, wat wij vieren in heel de liturgie: het is de dynamiek van Pasen. Sinds de roeping van Abraham tot die van Mozes, sinds de pelgrimstocht van Israël in de woestijn tot de bekering gepredikt door de profeten, tot Jezus’ missionaire reis die haar hoogtepunt vindt in Zijn dood en verrijzenis, is roeping in feite steeds deze werking van God die ons doet uittreden uit onze beginsituatie, die ons bevrijdt van elke vorm van slavernij, ons losrukt van onze gewoontes en onverschilligheid en ons op de vreugde richt van de gemeenschap met God en de broeders. Gods roep beantwoorden, is ons door Hem uit onze valse stabiliteit laten halen om ons op weg te zetten naar Jezus Christus, eerste en laatste termijn van ons leven en geluk.

Deze dynamiek van de uittocht betreft niet alleen de bijzondere roeping, maar de missionaire en evangeliserende activiteit van heel de Kerk. De Kerk is werkelijk trouw aan haar Meester in de mate dat zij een Kerk is die naar buiten treedt, zonder bekommerd te zijn om zichzelf, haar structuren en verworvenheden, doch eerder bekwaam om te gaan, zich te bewegen, Gods kinderen te ontmoeten in hun reële situatie en mee  te lijden met hun kwetsuren. God treedt uit zichzelf in een Trinitaire dynamiek van liefde, Hij luistert naar de ellende van Zijn volk en treedt op om het te bevrijden (Ex. 3,7). De Kerk wordt ook geroepen om zo te zijn en te handelen: de Kerk die evangeliseert treedt de mens tegemoet, verkondigt het bevrijdende woord van het Evangelie, draagt met Gods genade zorg voor de kwetsuren van lichaam en ziel, tilt armen en noodlijdenden op.

Dierbare broeders en zusters, deze bevrijdende uittocht naar Christus en de broeders is ook de weg naar totale welwillendheid voor de mens, voor humane en sociale groei in de geschiedenis. De roep van de Heer horen en opnemen, is geen privé of intimistische aangelegenheid die kan verward worden met de emotie van het ogenblik; roeping is een concreet engagement, reëel en totaal, dat ons bestaan in beslag neemt en ten dienste stelt van de opbouw van het Rijk Gods op aarde. Bijgevolg zet een christelijke roeping, die geworteld is in de contemplatie van het Hart van de Vader, tegelijk aan tot solidair engagement voor de bevrijding van de broeders, vooral de armsten. Een leerling van Jezus heeft een open hart voor Zijn immense horizont, en zijn vertrouwelijkheid met de Heer is nooit een vlucht uit het leven en de wereld, in tegendeel “de gemeenschap en de zending zijn nauw met elkaar verbonden” (Exhort. Apost. Evangelii gaudium, n. 23).

Deze dynamiek van de uittocht naar God en de mens vervult het leven met vreugde en zingeving. Ik zou vooral tot jongeren willen zeggen, die door hun leeftijd en kijk op de toekomst die zich voor hun ogen opent, beschikbaar en edelmoedig weten te zijn. Soms dreigen het onbekende, de bezorgdheid voor de toekomst en de onzekerheid die het dagelijks leven aantast, hun elan te verlammen, hun dromen af te remmen zodat zij denken dat het niet de moeite loont zich te engageren en dat de God van het christelijk geloof hun vrijheid belemmert. In tegendeel, dierbare jongeren, wees niet bang uzelf los te laten en u op weg te begeven! Het Evangelie is het Woord dat bevrijdt, transformeert en ons leven mooier maakt. Hoe mooi is het zich door Gods roep te laten verrassen, Zijn Woord op te nemen, de stappen van uw leven in Jezus’ voetsporen te zetten, in aanbidding van het Goddelijk mysterie en edelmoedige toewijding aan anderen! Uw leven zal elke dag rijker en blijer worden!

De Maagd Maria, voorbeeld van elke roeping, was niet bang Haar «fiat» uit te spreken op de roep van de Heer. Moge Zij u begeleiden en leiden. Met de gulle moed van het geloof, heeft Maria de vreugde uitgezongen van de uittocht uit zichzelf en het toevertrouwen van Haar levensplannen aan God. Richten wij ons tot Haar om helemaal beschikbaar te zijn voor het plan dat God met ieder van ons heeft; opdat in ons het verlangen groeit naar buiten te treden en met toewijding naar de anderen te gaan (cf Lc. 1,39). Moge de Maagd Maria ons beschermen en voor ons allen ten beste spreken!

Vaticaan, 29 maart 2015, Palmzondag

(Vertaling: Maranatha-gemeenschap)



Videogetuigenissen

Getuigenis van paus Franciscus
Getuigenissen van paus Franciscus
en vele anderen

Rondgang

Neem een kijkje in het Sint-Janscentrum
Neem een kijkje in het Sint-Janscentrum

Relikwie paus
Johannes Paulus II

Relikwie van paus Johannes Paulus II
Het Sint-Janscentrum mag zich
verblijden in een bijzondere band
met paus Johannes Paulus II.

Academische samenwerking

Pauselijke Universiteit Johannes Paulus II
Het Sint-Janscentrum is een academische samenwerking aangegaan met de Pauselijke Universiteit Johannes Paulus II te Krakau.




link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook