Aangrijpend: persoonlijke wensen van monnik Tibhirine

vrijdag, 12 februari 2016

Naar aanleiding van de studiedagen in het Sint-Janscentrum ontvingen we een schrijven van Frater Jean-Pierre Schumacher, de laatste overlevende van de monnikengemeenschap van Tibhirine.

Monniken van ThibirineIn het klooster Notre-Dame-de-l’Atlas (Tibhirine, Algerije) woonde sedert 1938 een gemeenschap Trappisten vreedzaam temidden van een moslim­meerderheid. In de nacht van 26 op 27 maart 1996 werden zeven trappisten van het klooster ontvoerd en gedurende enkele maanden in afzondering opgesloten. Op 21 mei 1996 werd hun dood bekendgemaakt door de Gewapende Islamitische Groep (GIA). Over deze gemeenschap werd enkele jaren geleden de film Des hommes et des dieux gemaakt.

Twee fraters, die tijdens de overval op een andere locatie overnachtten, werden niet opgemerkt, en hebben zo overleefd (hier wijkt de film Des hommes et des dieux enigszins van de historische gebeurtenissen af).

Eén van beiden is ondertussen ook overleden. Frater Jean-Pierre Schumacher is de laatste broeder van de voormalige monnikengemeenschap in Tibhirine. Naar aanleiding van de studiedagen in het Sint-Janscentrum zond hij ons een schrijven, dat we in vertaling hieronder weergeven.

Met u verenigd om de Heer te vragen het wederzijds begrip tussen de mensen te doen toenemen en de Vrede in de harten en in de wereld te vergroten — ziehier enkele gedachten die ik met u wil delen.

Er zijn in Marokko vier mensen die a.h.w. in de eerste linie stonden voor de Kerk, door hun aanwezigheid onder de moslims. Wij beschouwen hen als pioniers in de verhouding tussen christendom en islam: pater Peyriguère, pater Charles Poissonnier, Elisabeth Lafourcade en Cécile Prouvost (1921-1983).

Het klooster in ThibirineDeze vier grote getuigen van Jezus in de Kerk van Marokko tonen ons duidelijk wat onze christelijke aanwezigheid moet zijn in dit land van de Islam: het is een leven “met”, een leven van delen, van vriendschap, volgens het ultieme gebod van Jezus: “bemin elkander zoals ik u heb bemind”. Alle vier waren zij dienstbaar tot het uiterste van hun krachten, met inbegrip van de gave van hun leven, uit Liefde.

Ik geef u even het getuigenis van één van hen, zuster Cécile die lid was van de congregatie van een klooster hier vlakbij, Franciscanes Missionaris van Maria en verpleegster van de nomaden in de bergen, te midden van hen levend in een tent.

“Ik leef in een islamitisch milieu te midden van niet-christelijke godsdiensten: maar ik ben niet verlegen om mijn geloften na te komen. Allen die mij kennen, en zo zijn er velen, weten dat ik katholiek ben. Zij nemen geen aanstoot aan mijn geloof, integendeel. Zij zeggen: «De toebiba is rechtgeaard. Zij dient God. Zij heeft alleen haar huis, haar kerk, haar ziekenhuis en de zieken.» Mijn moslim-chauffeur die mij rondrijdt in mijn praktijk is niet verwonderd wanneer ik mijn brevier lees, mijn rozenkrans. Ik zit steeds naast hem. Hij eerbiedigt mijn gebed en bewaart dan de stilte. Gaan zij daardoor begrijpen dat ik Christus toebehoor? Ik denk het niet. Maar wat ik weet is, dat ik te midden van hen gekomen ben om Christus aanwezig te brengen zoals elke apostel die aanwezigheid in zijn hart draagt door de genade. Zo kom ik mijn roeping ten volle na door mijn getuigenis als een aan God toegewijde.”

Deze gratuite aanwezigheid van vriendschap is overal nodig, maar misschien moet zij op dit ogenblik bijzonder worden beleefd in de moslimlanden, want er heerst al te veel onbegrip beiderzijds. Het is de hoogste tijd elkaar te ‘ontmoeten’ om elkaar te leren waarderen en aan te moedigen in ons dienstwerk aan God. In de schoot van onze Kerk in Marokko, die zoals de andere Kerken van de Maghreb een Kerk van de ‘ontmoeting’ wil zijn, heeft onze communauteit van de Atlas als bijzondere opdracht een biddende gemeenschap te zijn te midden van andere biddende mensen. Het gebed is de grondslag van het leven in de Islam, waar het beeld dat de christenen aan moslims van zichzelf geven vaak is, dat zij niet bidden en niet weten wat bidden is.

Dat was het verwijt dat Christian de Chergé te horen kreeg van zijn moslimvriend Mohamed, die later op moedige wijze zijn leven zou redden. Omwille daarvan heeft men hem even daarna gevonden, met de keel afgesneden door de maquisards: “er is geen grotere liefde dan zijn leven te geven voor degenen die men liefheeft”. Maar het is wel een moslim die dat voor hem, een christen, heeft gedaan. Christian was daar zó door aangegrepen, dat het hem gemotiveerd heeft om naar Algerije terug te keren, van zodra hij zijn vorming aan het seminarie had afgerond en priester was gewijd, om uit dankbaarheid ook zijn leven te offeren en het Algerijnse volk te dienen, te bidden te midden van anderen die bidden, en zelfs méér dan dat en wij met hem, want hij onderhield diepe geestelijke banden van spirituele vriendschap met moslimgelovigen, een diepe verbondenheid in gemeenschappelijk gebed, die ons tot ware broeders in God heeft gemaakt.

Het klooster in ThibirineLater, zoals men weet, werd hij samen met zes van mijn medebroeders ontvoerd door het leger (althans zo denken wij), opgesloten gedurende een vijftigtal dagen en dan gedood, als martelaren van de liefde voor degenen voor wie hun leven was geofferd.

Met mijn oprechte groeten en mijn beste wensen voor uw twee studiedagen van 11 en 12 februari, één in gebed,

(getekend)

Frater Jean-Pierre Schumacher



Videogetuigenissen

Getuigenis van paus Franciscus
Getuigenissen van paus Franciscus
en vele anderen

Rondgang

Neem een kijkje in het Sint-Janscentrum
Neem een kijkje in het Sint-Janscentrum

Relikwie paus
Johannes Paulus II

Relikwie van paus Johannes Paulus II
Het Sint-Janscentrum mag zich
verblijden in een bijzondere band
met paus Johannes Paulus II.

Academische samenwerking

Pauselijke Universiteit Johannes Paulus II
Het Sint-Janscentrum is een academische samenwerking aangegaan met de Pauselijke Universiteit Johannes Paulus II te Krakau.




link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook